Vraag: ‘Is er een tijd/gelegenheid voor dans tijdens de H. Mis?’
Kardinaal:
Dans is niet gekend in het Latijnse recht van de Mis. Onze congregatie heeft zich er jarenlang over gebogen. Er is geen vooraanstaand document daarover, maar de richtlijn die we vanuit onze congregatie geven is dit: “in de stricte liturgie, daarmee wordt bedoeld de Mis, de Sacramenten, zouden Europa en Amerika helemaal niet moeten spreken over liturgische dans, want dans zoals gekend in Europa en Noord-Amerika is geen onderdeel van lofprijs. Dus ze zouden het moeten vergeten en er helemaal niet over spreken. Maar in Afrika en Azië is het anders. Het is geen concessie aan hen, maar hun cultuur is anders. Als je een typische Afrikaan de offerande gaven aanreikt en je geeft het een typische Europeaan om te brengen, dan zal – als ze elkaar niet zien – dan zal de Europeaan nogal ‘stijf’ zijn in de manier waarop hij het altaar nadert. De Afrikaan zal een beweging hebben: rechts – links. Het is geen dans, het is een sierlijke beweging om vreugde en offer te tonen. Ook in Azië hebben ze geraffineerde (verfijnde) bewegingen waarmee respect, aanbidding, vreugde getoond worden. In Afrika zijn al de culturen niet gelijk. Als je in een Shanti in Ghana bent, hebben ze verfijnde bewegingen. De bisschoppen van elk land moeten dit in de gaten houden.
Wetende dat het doel, de redenen voor de Mis een viertal zijn (aanbidding, berouw, dankzegging en vragen voor wat we nodig hebben), als de bewegingen daarnaar op weg helpen dan: ja. Als zij dat niet doen: nee.
Als je in Europa en Noord-Amerika ‘dansen’ zegt, dan denken de mensen aan zaterdagavond: ballroomdance: één man, één vrouw. En dat is OK als recreatie, maar we komen niet naar de H. Mis om onszelf te vermaken. We komen niet naar de Mis om mensen te bewonderen en voor ze te klappen en zeggen ‘bis, bis, prachtig, geweldig’. Dat is OK voor de gehoorzaal, voor het theater, zelfs voor de parochiezaal, verondersteld dat de dans vanuit een moreel standpunt acceptabel is. Want er zijn dansen die overál fout zijn; zelfs in de parochiezaal en het theater zijn ze verkeerd, want ze zijn onnodig provocatief (uitdagend). Ook in Afrika en Azië is niet elke dans aanvaardbaar. Er zijn dansen die totaal onacceptabel zijn in welk religieuze gebeurtenis dan ook. Dus het verschilt. Maar voor Noord Amerika en Europa denken wij dat de dans helemaal niet de Liturgie zou moeten worden binnengebracht.
De mensen die zich liturgische dans bespreken moeten hun tijd doorbrengen met het bidden van de Rozenkrans. Of zij zouden hun tijd moeten doorbrengen om documenten van de Paus door te lezen, over de Heilige Eucharistie.
Er zijn al genoeg problemen, waarom nog meer banalizeren, waarom nog meer ontheiligen? Is er al niet genoeg verwarring?
Als u een dans wil bewonderen, weet u waar u naar toe moet gaan, maar niet naar de H. Mis.
Vraag: seculiere muziek dan?
Kardinaal:
Elke muzieksoort heeft z’n eigen setting.
We komen naar de H. Mis om: God te aanbidden, Hem te prijzen, vergeving vragen voor onze zonden (en het herstel) om God onze noden aan te dragen – Hem te smeken om wat we nodig hebben.
Ontspanning is iets heel anders:
Je weet wel, de dirigent die zulke grappige bewegingen maakt, de meeste onnodig, dan is hij klaar en maakt een diepe buiging en dan volgt een staande ovatie. Dat is goed; voor het theater, maar niet voor de Mis.
Jonge mensen en hun rockmuziek, hun vreugde en het genieten, is goed; voor picknick, maar niet voor de Mis.
Alles heeft zijn eigen juiste plaats/plek. Daarom zouden de bisschoppen van elke regio een goede muziek-commissie moeten krijgen, zodat ze een muziekboek krijgen dat katholieke hymnen bevat. Zodat alleen katholieke hymnen gezongen worden, want wat we zingen, zou moeten uitstralen (manifesteren) wat we geloven en zou ons geloof moeten voeden. En niet zomaar alles; het zou theologisch diep moeten zijn, liturgisch geworteld, en muzikaal aanvaardbaar.
Helaas, sommige dingen die in katholieke kerken gezongen worden, zouden helemaal niet binnen katholieke kerken een rol mogen spelen.
Vraag: Hoe mogen we reageren op een priester die zegt: het is nu niet erger dan ten tijde van H. Augustinus of van de corrupte pausen? Dat was een reactie die ik kreeg op mijn opmerking over het huidige relativisme en mijn verontrust zijn over de schade die ik denk dat het toebrengt aan onze teams tegenwoordig.
Reactie Kardinaal:
Ik zou hem vragen: Vader, ik wil weten wat u zegt. Zegt u dat het slecht was ten tijde van de H. Augustinus dat er leugens werden verteld? En u ziet niet waarom we vandaag de dag geen leugens zouden moeten zeggen. Mensen benemen nog steeds elkaars levens… dat was slecht ten tijde van de H. Augustinus, en dat is nu niet slechter. Mensen gingen toen niet naar de Mis; dat was slecht en dat is nu niet slechter. Maar waar hébt u het over?
Jezus zei : ‘U moet goed zijn, want uw Hemelse Vader is goed.’ dus : het Evangelie zonder discount, zonder korting. We troosten onszelf niet door te zeggen: Er waren vroeger dieven, in de Middeleeuwen, dus maak je geen zorgen over dieven in deze tijd … dat is géén goed argument

0 reacties:
Een reactie plaatsen