De huis-aan-huis verspreide folder 'Evolutie of Schepping? Wat geloof jij?' is voor een priester die ik ken aanleiding geweest de katholieke visie over het ontstaan van de wereld om ons heen te beschrijven. Hij is zo vriendelijk geweest me een exemplaar toe te zenden zodat ik het - met zijn toestemming - hier plaatsen kan.
Heel hartelijk dank, E.H. Christfried :)
Ik ontving het in PDF-formaat, maar 'k zou niet weten hoe ik dat hier kan importeren, dus heb ik de tekst in z'n geheel gekopieerd en pardoes hieronder geplakt. Geprobeerd om het ook in de oorspronkelijke lay-out te zetten. Dat is niet helemaal goed gelukt, maar het is in ieder geval - net zoals ik het aangeleverd kreeg - goed leesbaar.
Lieke
Quote:
============================
Evolutieleer of schepping:
wat geloof jij?
het katholieke standpunt
Een verhit debat
Haast iedereen zal wel gehoord hebben dat het jaar 2009 uitgeroepen is tot het Darwinjaar. Reden hiervoor is dat 200 jaar geleden (op 12 februari om precies te zijn) Charles Darwin geboren is, en ook dat het 150 jaar geleden is dat zijn boek “On the Origin of Species” uitgekomen is (wat op 24 november wordt herdacht). Publicaties om deze gebeurtenissen te vieren zijn legio, naast de grote media-aandacht en diverse conferenties op universiteiten.
Maar meteen laaien dan ook weer de discussies op over scheppingsleer (creationisme en intelligent design) versus de evolutietheorie van Darwin. Vele, vooral protestantse groeperingen, zetten de hakken in het zand en publiceren folders om hun standpunt bekend te maken. Ze presenteren het zelfs alsof het een kwestie is van leven en dood. Helaas wordt er dan door de pers deze houding van de protestanten zo geprojecteerd alsof alle christenen dit geloven. Over het standpunt van de katholieke kerk wordt dan weinig gesproken. Misschien kan men de reden vinden in de houding van de pers tegenover de katholieke kerk, die het als conservatief afschildert. Doch, het zal velen verbazen dat het standpunt erg ʻmodernʼ over zal komen.
Welke vragen stelt het scheppingsleer?
De hele discussie gaat over de tekst in het allereerste hoofdstuk van de Bijbel, het eerste scheppingsverhaal (Gen 1 - 2, 4a). Dit verhaal vertelt ons over de schepping van de wereld in zeven dagen. Maar er is ook nog een tweede scheppingsverhaal (Gen. 2, 4b - 25) in de Bijbel te vinden, waarvan men enkel één detail altijd onthoudt; het feit namelijk dat de vrouw geschapen wordt uit de rib van de man.
Helaas gaat heel de discussie van creationisme enkel over het eerste scheppingsverhaal. Mijn persoonlijke vraag is dan ook: “Hoe gaan onze protestantse broeders en zusters dan met het tweede scheppingsverhaal om, waarin de volgorde van de schepping zelfs anders vermeld staat?”
In het eerste scheppingsverhaal (Gen. 1 - 2, 4a) kan men de volgende volgorde vinden:
- licht en donker, en dus dag en nacht
- scheiding tussen water boven (hemel) en het water onder
- scheiding tussen water (zee) en aarde (land); schepping van de planten
- schepping van sterren, maan en zon
- schepping van de vogels en van de vissen
- schepping van de dieren op het land, en van de mens
- en God rustte op de zevende dag
Als men goed kijkt, vind men dat eerst het decor in grote lijnen wordt ingevuld, en dan pas de ʻversieringʼ in nagenoeg dezelfde volgorde als het decor. (1 tegenover 4, 2 tegenover 5, 3 tegenover 6).
In het tweede scheppingsverhaal (Gen. 2, 4b - 25) staat dan de volgende volgorde
vermeld:
- God heeft aarde en hemel gemaakt, maar er waren geen planten omdat het nog niet
geregend had en de mens was er ook nog niet. - God boetseerde de mens.
- Daarna legde God een tuin aan en laat bomen erin groeien (waarna een hele omschrijving van de tuin)
- God schiep de dieren, en de vogels.
- God schept de vrouw uit een rib van de mens.
Beide verhalen wijken qua taalgebruik en qua volgorde misschien wel af, maar ze zijn in hun geloof in God, als Schepper, volledig in overeenstemming. Ze gebruiken beiden
andere beelden om dit feit duidelijk te maken. Beide scheppingsverhalen spreken de taal van hun tijd en maken gebruik van de voorstellingen uit de toenmalige cultuur. Er is wel een groot verschil met de omringende culturen; het godsbeeld wijkt enorm af van de overige culturen waar elk godheid voor een bepaald natuurfenomeen staat. God worst hier als bovennatuurlijk omschreven.
Het geloof dat God de Schepper is, geeft aan dat de oorsprong, het centrum en het einddoel van de wereld bij God ligt. Het gaat hem niet om de wetenschappelijke (men spreekt dan van een ʻempirischeʼ) verklaring, waarin staat hoe alles exact is gebeurd. Het is eerder in de strekking van een geloofsbelijdenis te verstaan. De centrale vraag die bij de scheppingsverhalen wordt beantwoord is eigenlijk een zin-vraag: “Waarom zijn wij hier? Waar hebben we alles aan te danken? Waar gaan wij heen?” Je kan zeggen dat het een ʻverticaleʼ vraagstelling is.
Welke vragen stelt de wetenschap?
De wetenschap gaat empirisch te werk, dat wil zeggen dat ze met harde bewijzen op tafel moet komen wil het ʻrechtsgeldigʼ zijn. Het drukt zijn taal altijd uit in ruimte en tijd, in maten en gewichten, golven en deeltjes.
Het ontstaan van de evolutietheorie van Darwin is daar een prachtvoorbeeld van. Hij komt tot de observatie dat er van een diersoort verschillende varianten zijn, qua grote, kleur en zelfs bouw. Een observatie die iedereen kan doen! Kijk maar naar de diverse soorten meesjes (koolmees, pimpelmees…) in je tuin. Hij vroeg zich dan ook af hoe dat kon. Het heeft zeker twintig jaar, of meer, geduurd voordat hij zijn boek uitbracht. In die tijd was hij haast constant met zijn onderzoek bezig. Omdat hij zeker wou zijn dat zijn intuïtie juist was, namelijk dat er een evolutie van dingen kon zijn.
Het meest gehoorde argument is dan: “We weten zeker dat er in honderd jaar niets veranderd is”. Alsof evolutie om de haverklap eens kan veranderen. Toch kan je zeggen dat evolutie onder je neus gebeurd. Kijk naar de mutaties van het griepvirus (ook een vorm van evolutie). Of naar de ontwikkeling van verschillende soorten vee of planten (dit voorbeeld is wel door de mens gestimuleerd, maar is wel een voorbeeld).
In de wetenschap stelt men altijd dingen vast, men observeert. En men stelt dan vragen over de observatie: “hoe komt het dat het zo is?” Daarna kan men verschillende theorieën op baseren. Het wil niet zeggen dat iedere theorie klopt. Zo zijn er ook een hoop theorieën eens afgewezen, omdat men het niet hard kon maken met feiten. Maar de theorie van Darwin heeft Darwin zelf met feiten kunnen onderbouwen, en is naderhand ook wetenschappelijk keer op keer bewezen.
Een deel uit de folder “evolutie of schepping” gaat over de diverse aardlagen. Ik wil gewoon een vraag stellen die niet aan de orde kwam. Hoe kan je verklaren dat in de Ardennen bijvoorbeeld fossiele kokkels op 400 meter hoogte te vinden zijn, terwijl de kust in vogelvlucht 200 km er vandaan is? Trouwens, dit is ook een observatie die Darwin in de Andes had gedaan! Er wordt dan ook een alternatieve verklaring gegeven over hoe het komt dat kleine dieren onderaan en grote dieren bovenaan liggen. De alternatieve verklaring slaat nergens op, omdat de verschillende aardlagen, met de diverse soorten dieren, ook anders van samenstelling is. In krijt vind je andere dieren dan in leisteen of zandsteen. Het voorbeeld van een natuurramp als alternatieve verklaring is dan ook een vals argument, aangezien bij een natuurramp vaak dezelfde steensoort te vinden is, al dan niet met gruis van andere soorten gesteenten.
Natuurwetenschap en theologie in gesprek
De conflict tussen natuurwetenschap en theologie heeft in de katholieke kerk veel van zijn scherpe kantjes verloren. Grotendeels komt het omdat de natuurwetenschap zijn grenzen heeft afgebakend, net als theologie.
In de natuurwetenschap is men zich van bewust dat zij de werkelijkheid slechts vanuit een bepaald standpunt kunnen bekijken. Het moet meetbaar zijn in ruimte en tijd. Bij microstructuren gebruikt men dan golven en deeltje als referentie. De wetenschap is door de loop der jaren ook bescheidener geworden bij de interpretatie van de werkelijkheid. Ze geeft ook wel eens aan dat ze niet alwetend is.
In de theologie is men zich bewust dat de Bijbel (dé bron voor theologie) een eigen uitdrukkings- en voorstellingswijze hanteert van het toenmalige wereldbeeld. De boodschap van de Bijbel wil dan ook geen empirische weergave zijn, maar een boodschap meegeven dat God Schepper en heil van de wereld is. Het is daarom geen bestanddeel van het geloof dat de wereld in zes dagen geschapen is.
Schepping en evolutie moeten dus op verschillende niveaus worden gesitueerd. De vragen van de wetenschap bevinden zich op ʻhorizontaalʼ niveau: “Hoe zijn de schepselen ontstaan in het verloop van tijd en ruimte?” Scheppingsverhaal en theologie gaan uit van een ʻverticaleʼ niveau: “Wat is de reden van het bestaan van de werkelijkheid?” Schepping en evolutie zijn principieel dus niet met elkaar in strijd, ze geven alleen antwoord op andere vragen op een ander niveau. En zijn dus ook twee verschillende vormen van kennen die naast elkaar kunnen bestaan.
Houding van de kerk tegenover creationisme
Dan blijft ons nog de vraag: “Hoe verhoudt de kerk zich tegenover creationisme?” Diverse personen, waaronder ook kardinaal Danneels, staan afwijzend tegenover het creationisme. Guy Consolmagno s.j. (Vaticaans astronoom in het observatorium te Arizona) noemt het creationisme zelfs “een vorm van heidendom” (kath.net 8 mei 2008). Hij argumenteert dat het creationisme uitgaat van een haast heidens godsbeeld, namelijk dat God verantwoordelijk is voor alle natuurfenomenen. Het ʻverlaagdʼ God tot een natuurgod, een godsbeeld wat bij de heidenen eerder gebruikelijk is. De consequentie van dit godsbeeld is echter dat God ook verantwoordelijk zou zijn voor onweer of hagel. God is echter bovennatuurlijk. God houdt de werkelijkheid voortdurend in het zijn, en Hij draagt en begeleidt ze ook in haar wording.
Eveneens wijst dezelfde pater Guy op de ʻdestructieve mytheʼ dat religie en wetenschap met elkaar op gespannen voet staan. Ze staan helemaal niet op gespannen voet. Ze kunnen gerust naast elkaar bestaan, en zelfs elkaar ondersteunen. Pater Guy geeft aan hoe: “Religie heeft de wetenschap nodig, om het verre te houden van bijgeloof, zich te richten op de realiteit en het te beschermen tegen het creationisme dat uiteindelijk een vorm van heidendom is – en van God een natuurgod maakt.” De wetenschap heeft de religie nodig omwille van het geweten.”
Conclusie
Als katholieke kerk kijken we totaal anders tegenover het scheppingsverhaal, dan wat de folder “evolutie of schepping: wat geloof jij?” vertelt. Ze maakt een duidelijk onderscheid tussen de vragen van wetenschap en theologie en heeft daarom geen moeite met het ‘naast elkaar bestaan’ van zowel het scheppingsverhaal als de evolutietheorie.
C. Rodeyns pr.
==========================
UNQUOTE

0 reacties:
Een reactie plaatsen